Hoe vergadert de gemeenteraad?

De gemeenteraad van Waalre behandelt onderwerpen in twee of, in het geval van grote, moeilijke onderwerpen, drie stappen. Dit heet het BOB-model genoemd: Beeldvorming, Oordeelsvorming, Besluitvorming. Deze drie stappen vinden op verschillende avonden plaats. Op een vergaderavond is er vaak eerst een besluitvormende vergadering en dán een oordeelsvormende vergadering. Die twee vergaderingen gaan dus niet over dezelfde collegevoorstellen.

Tussen oordeelsvorming en besluitvorming zit normaal gesproken twee weken. Zo kunnen raadsleden nog nadenken over de informatie van eventuele insprekers. Het college heeft nog genoeg tijd om vragen te beantwoorden of iets te uit te zoeken.

Alle vergaderingen zijn openbaar. Ze worden ook live uitgezonden via waalre.raadsinformatie.nl.

Beeldvorming (Raadsinformatiebijeenkomst)

Voorzitter: raadslid (voorzitterspool)

De eerste stap is beeldvorming. Alleen grote, ingewikkelde onderwerpen en onderwerpen die voor inwoners bijzonder belangrijk zijn, worden in een beeldvormende raadsinformatiebijeenkomst behandeld. Het kan ook zijn dat het college de raad iets wil vertellen over een onderwerp dat (nog) niet op de raadsagenda staat. In deze fase gaat het vooral om feiten, om informatie.

Raadsleden, ambtenaren, deskundigen en leden van het college van B&W bespreken een onderwerp samen. Ze wisselen informatie met elkaar uit om een compleet beeld te krijgen van alle onderdelen van het onderwerp. Direct betrokken inwoners of andere mensen die er een belang bij hebben kunnen ook deelnemen aan de vergadering.  

Oordeelsvorming (Oordeelsvormende bijeenkomst)

Voorzitter: raadslid (voorzitterspool)

De tweede stap is oordeelsvorming. In deze vergaderingen kunnen inwoners kort inspreken. Zij kunnen dan zeggen wat zij vinden van een voorstel wat op de agenda staat. Zij moeten zich daarvoor vooraf aanmelden bij de griffie. De raadsleden stellen (vooral) politieke vragen; waarom zijn deze keuzes gemaakt? Welk effect moet het beleid hebben? Soms geeft het college aan vragen schriftelijk te zullen beantwoorden. Het gaat dan bijvoorbeeld om getallen die niet meteen beschikbaar zijn. De weerslag hiervan komt in een reactieformulier. Ook gedane toezeggingen staan hierin. Het reactieformulier van een bepaald voorstel wordt ongeveer na een week op de website van de gemeenteraad gezet. Het komt als vergaderstuk op de agenda van de volgende vergadering. De vergadering waarin een besluit wordt genomen. Meestal is dit twee weken na behandeling in de oordeelsvormende bijeenkomst. Het staat onder het betreffende agendapunt/voorstel.

Deze beraadslaging verloopt in termijnen. In de eerste termijn stellen de woordvoerders (één per fractie) hun vragen. De portefeuillehouder/wethouder reageert hierop. Dan volgt de tweede termijn. In deze termijn mogen meerdere fractieleden het woord voeren. Tijdens de uiteenzettingen van hun collega’s kunnen raadsleden ook interrumperen. Als er voldoende overleg is geweest, beantwoorden de deelnemers aan de vergadering (raadsleden en fractievertegenwoordigers) drie vragen:

  • Is het voorstel rijp voor besluitvorming? Oftewel: is het plan voldoende uitgedacht en uitgewerkt? Als het nodig is, wordt hierover gestemd.
  • Wordt het een A- of een B-voorstel? Als één fractie er nog over wil debatteren voordat ze erover gaan besluiten, wordt het een A-voorstel. Als duidelijk is geworden dat alle fracties er mee kunnen instemmen, wordt het een B-voorstel (hamerstuk). Dan debatteert de raad er niet meer over. Het voorstel wordt dan zonder stemming (en dus unaniem) aangenomen: iedereen is het ermee eens.
  • Als het A-voorstel wordt: over welke punten wil de raad nog debat?

Debat en besluitvorming (Raadsvergadering)

Voorzitter: burgemeester

Dan volgt het debat. Fracties vertellen waarom ze voor of tegen een voorstel zijn. Andere fracties stellen daarover kritische vragen en vertellen wat ze er zelf van vinden. Het college levert input en het debat vindt plaats tussen de politieke partijen. De raadsleden zetten zo alle voors en tegens samen op een rijtje. Er komt meer inzicht in de problematiek en de voorgestelde oplossing. Uiteindelijk nemen raadsleden een standpunt in: ik ben voor of tegen dit voorstel.

De derde en laatste stap is de besluitvorming. Nu neemt de gemeenteraad een besluit. In veel gevallen zal de raad stemmen. Raadsleden laten weten, vaak door handopsteking, of zij voor of tegen een voorstel zijn. Soms vindt stemming plaats via stembriefjes. Als de meerderheid van de raad voor een voorstel stemt, is het aangenomen. Er zijn in een vergadering ook altijd wel een paar onderwerpen waarover de raad stemming niet nodig vindt. Dan is in een eerdere fase duidelijk geworden dat alle fracties het met het voorstel eens zijn. In dat geval wordt het zonder stemming aangenomen.

Is er wél debat dan verloopt ook dat in termijnen. In de eerste termijn geven de woordvoerders van de fracties hun mening. De portefeuillehouder/wethouder reageert hierop. Dan volgt de tweede termijn. Als een raadslid aan het praten is, kunnen andere raadsleden ook interrumperen, bijvoorbeeld om een vraag te stellen of een opmerking te maken. Als er voldoende beraadslaging is geweest, stemt de raad. Als er amendementen zijn ingediend, stemt de raad daar eerst over. Dan stemt hij over het (geamendeerde) besluit. Als laatste stemt hij over ingediende moties die met het voorstel te maken hebben. 

Amendement: wijzigingsvoorstel

Voorstel om iets in het collegevoorstel te veranderen of aan te vullen. Fracties dienen zo’n amendement in als ze het niet (helemaal) eens zijn met een voorstel van het college. Ze hebben dan zelf een idee hoe het beter kan. Soms maken fracties al vooraf afspraken en dienen ze de motie samen in. Soms wordt de vergadering even geschorst om te overleggen over een amendement. Uiteindelijk wordt erover gestemd. Na de stemming over het amendement, wordt over het voorstel gestemd. Als het amendement en het collegevoorstel beide worden aangenomen zeggen we dat het collegevoorstel gewijzigd is vastgesteld.

Motie: verzoek aan het college

Een fractie of een aantal fracties samen kunnen het college vragen iets te doen, bepaald beleid te ontwikkelen of onderzoek te doen. Een motie heeft geen juridische betekenis; een wethouder is niet verplicht een motie uit voeren. Maar als een meerderheid van de raad een motie aanneemt, staat de wethouder natuurlijk wel onder druk om iets met de motie te doen. Een motie kán aansluiten bij een agenda-punt of los staan van de agenda. Een motie die los staat van de agenda heet ‘motie vreemd aan de orde van de dag’.