Toelichting kwijtschelding belastingen

Algemeen

De regels waarbinnen u een verzoek om kwijtschelding kunt indienen zijn vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hierin staat beschreven met welke inkomsten, uitgaven en vermogensbestanddelen rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van een verzoek om kwijtschelding.

Voor welke gemeentelijke belastingen/heffingen kunt u een verzoek om kwijtschelding indienen?

Als u door financiële omstandigheden veel moeite heeft om de belastingaanslag te betalen, kunt u voor de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing binnen zes weken na ontvangst van het aanslagbiljet kwijtschelding aanvragen.

Zodra uw verzoek om kwijtschelding bij de gemeente Waalre is ontvangen, wordt er gedurende de behandeling van uw verzoek uitstel van betaling verleend. Dit geldt alleen als de aanvraag binnen zes weken na ontvangst van het aanslagbiljet is ontvangen. Wel dient u er rekening mee te houden dat als er geen kwijtschelding of slechts gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend en er dient nog een bedrag te worden betaald, het volledige bedrag ineens betaald dient te worden. Gespreide betaling is alleen mogelijk indien u het machtigingsformulier dat bij de aanslag zat tijdig heeft ingevuld.

Wanneer komt u niet voor kwijtschelding in aanmerking?

U komt onder meer niet voor kwijtschelding in aanmerking, indien:

  • U het formulier niet, niet volledig of onjuist heeft ingevuld;
  • U de gevraagde gegevens niet meestuurt bij uw verzoek om kwijtschelding;
  • Het feit dat u niet kunt betalen aan uzelf te wijten is;
  • Er binnen een jaar wijziging in uw financiële situatie is te verwachten;
  • Er voldoende vermogen aanwezig is om het belastingbedrag te voldoen;
  • U volgens de berekening over voldoende betalingscapaciteit beschikt;
  • U al een afwijzing voor de kwijtschelding van het betreffende jaar heeft ontvangen;
  • U een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent.

Vermogen

Tot het vermogen wordt onder meer gerekend:

  • Bank- en girosaldi, spaartegoeden, garage, (sta)caravan, boot, effecten, etc. Bank- en girosaldi en spaartegoeden tellen echter voor een bepaald bedrag niet mee. Dat bedrag is gelijk aan het voor u geldende normbedrag vermeerderd met een maandhuur minus huur-toeslag en premie zorgverzekering minus zorgtoeslag.
  • Een auto wordt als een vermogensbestanddeel aangemerkt als de auto een verkoopwaarde heeft van € 3.350,- of meer. Uw verzoek om kwijtschelding wordt in dat geval afgewezen. Kwijtschelding wordt verder niet verleend, als de auto gekocht is of ingeruild met bijbetaling in of na het jaar waarop de aanslag waarvoor kwijtschelding wordt gevraagd, betrekking heeft. Dit zonder dat daartoe noodzaak was en de aanschaf of bijbetaling ervan ten koste ging van het betalen van de belastingschuld. Uw verzoek wordt ook afgewezen als het zonder meer duidelijk is dat u de kosten die minimaal aan het bezit van een auto zijn verbonden niet uit het opgegeven inkomen kunt betalen. Of u in het bezit bent van een auto kan door ons geverifieerd worden bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Een auto wordt overigens niet als vermogen gezien als u kunt aantonen dat uw auto onmisbaar is voor het beroep dat u uitoefent of in verband met ziekte of invaliditeit.
  • Ook een eigen woning wordt tot het vermogen gerekend. Wel wordt rekening gehouden met de hypotheekschuld. Er is sprake van vermogen indien uw woning overwaarde heeft (dat is de waarde van uw woning bij verkoop vrij te aanvaarden minus de hypotheekschuld die op uw woning rust).

Inkomsten

Als de aanslag niet (volledig) uit het aanwezige vermogen betaald kan worden, wordt nagegaan of u over betalingscapaciteit beschikt. Om de betalingscapaciteit vast te kunnen stellen wordt bekeken wat uw netto-besteedbaar inkomen is. U dient daarom aan te geven wat uw (netto) inkomsten en uitgaven zijn. Er mag maar met een beperkt aantal uitgaven rekening worden gehouden.

Inkomsten die meetellen bij de berekening van uw netto-besteedbaar inkomen zijn:

  • Loon, uitkering, pensioen, vakantiegeld van uzelf en/of uw partner;
  • De (voorlopige) teruggave heffingskortingen die u van de belastingdienst ontvangt (algemene heffingskorting, combinatiekorting);
  • Bijverdiensten, rente, etc.
  • Alimentatie voor u, uw partner en/of uw kinderen;
  • Inkomsten uit kamerverhuur en/of kostgangers;
  • Bijzondere en/of aanvullende bijstand of ouderlijke bijdrage als u jonger bent dan 21 jaar.

Subsidies die in het kader van de Participatiewet niet tot het inkomen worden gerekend, worden niet betrokken bij het bepalen van uw netto-besteedbare inkomen. Hetzelfde geldt voor persoonsgebonden budgetten die in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet zijn toegekend om zorg in te kopen.

Uitgaven

Uitgaven die meetellen bij de berekening van uw netto-besteedbaar inkomen zijn:

  • Netto woonlasten bij een huurwoning; deze worden als volgt vastgesteld:
    • de (bruto) huur plus de servicekosten waarvoor huurtoeslag wordt verstrekt,
    • verminderd met de door u ontvangen huurtoeslag en verminderd met een vast bedrag aan normhuur. Het vaste bedrag dat van de woonlasten moet worden afgetrokken vindt u op de bijlage. Dit bedrag is een bedrag dat iedereen uit zijn of haar inkomen moet kunnen betalen als minimale bijdrage in de huurprijs. Het maximumbedrag dat voor de woonlasten mag worden gerekend vindt u tevens op de bijlage.
  • Netto woonlasten bij een eigen woning; deze worden berekend over:
    • de jaarlijkse rente zonder aflossing,
    • gedeeld door 12 maanden en
    • verminderd met het hierboven genoemde vaste bedrag.
  • Premie zorgverzekering, minus de ontvangen zorgtoeslag en normpremie (zie bijlage).
  • Alimentatie die wordt betaald voor uw vroegere echtgeno(o)t(e) en/of kinderen.
  • Onderhoudsbijdrage die u betaalt aan de gemeente als uw ex-partner bijstand ontvangt.
  • Betalingen op belastingschulden, tenzij het betreft motorrijtuigenbelasting, of belasting van personenauto's en motorrijwielen. Hiermee wordt geen rekening gehouden.
  • Aflossingen op leningen voor zover de lening is aangewend voor de betaling van belastingschulden (tenzij het de hierboven genoemde belastingen betreft).

Welk normbedrag is voor u van toepassing?

Nadat het netto-besteedbaar inkomen is vastgesteld (inkomsten minus uitgaven) wordt het normbedrag kosten voor levensonderhoud hierop in mindering gebracht. Het normbedrag dat voor u geldt is afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden. Voor personen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd zijn afwijkende normbedragen van toepassing.

Berekening betalingscapaciteit

  • Als het netto-besteedbaar inkomen per maand gelijk is aan of lager is dan het voor u geldende normbedrag, dan vindt in beginsel volledige kwijtschelding plaats.
  • Als het netto-besteedbaar inkomen per maand hoger is dan het normbedrag, dan vindt geen of slechts gedeeltelijke kwijtschelding plaats. In dat geval is er namelijk betalings-capaciteit aanwezig. De betalingscapaciteit wordt telkens berekend over de periode van één jaar. De betalingscapaciteit wordt niet volledig opgeëist. U moet 80% van uw betalingscapaciteit aanwenden voor betaling van de aanslag waarvoor kwijtschelding wordt verzocht. Heeft u onvoldoende betalingscapaciteit om de gehele belastingschuld te voldoen, dan wordt voor het bedrag dat méér is dan uw betalingscapaciteit kwijtschelding verleend.

Wij willen u nog op het volgende wijzen

  • Indien de gevraagde kopieën niet zijn bijgevoegd, ontvangt u een brief met de mogelijkheid binnen 2 weken alsnog de gevraagde stukken in te leveren. Als deze bij terug ontvangst niet zijn overlegd, wordt uw verzoek om kwijtschelding afgewezen.
  • Indien kwijtschelding wordt verleend, betaalt de gemeente de betaalde bedragen terug tot maximaal drie maanden voorafgaand aan de datum van indiening van het verzoek.
  • Aan dit toelichtingsformulier kunnen geen rechten worden ontleend.
  • De door u ingevulde informatie en bewijsstukken worden zo nodig door ons bij derden gecontroleerd.
  • Het formulier moet -aldus naar waarheid- worden ingevuld en ondertekend.
  • Als u bij het beantwoorden van de vragen moeilijkheden ondervindt of vragen heeft over de kwijtschelding, kunt u op maandag tot en met donderdag van 8.30 uur tot 17.00 uur telefonisch contact opnemen met het Centrum voor Maatschappelijke Deelname (CMD) via het algemene nummer van de gemeente, tel. 040-2282500.

Let op!

U moet het aanvraagformulier voor kwijtschelding binnen zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen bij het Centrum voor Maatschappelijke Deelname ingeleverd hebben om in aanmerking te komen voor uitstel van betaling.

Berekening betalingscapaciteit

  • Als het netto-besteedbaar inkomen per maand gelijk is aan of lager is dan het voor u geldende normbedrag, dan vindt in beginsel volledige kwijtschelding plaats. In het geval van de afvalstoffenheffing is dit het vaste jaarlijkse bedrag en maximaal 8 ledigingen van de grijze container.
  • Als het netto-besteedbaar inkomen per maand hoger is dan het normbedrag, dan vindt geen of slechts gedeeltelijke kwijtschelding plaats. In dat geval is er namelijk betalings-capaciteit aanwezig. De betalingscapaciteit wordt telkens berekend over de periode van één jaar. De betalingscapaciteit wordt niet volledig opgeëist. U moet 80% van uw betalingscapaciteit aanwenden voor betaling van de aanslag waarvoor kwijtschelding wordt verzocht. Heeft u onvoldoende betalingscapaciteit om de gehele belastingschuld te voldoen, dan wordt voor het bedrag dat méér is dan uw betalingscapaciteit kwijtschelding verleend.

Normbedragen kwijtschelding gemeentelijke belasting

Normbedragen kwijtschelding gemeentelijke belastingen per 1 januari 2024 (inclusief vakantiegeld). In de genoemde normbedragen is geen rekening gehouden met de kostendelersnorm.

  • Echtgenoten beiden niet AOW-gerechtigd zijn: € 1.835,00
  • Echtgenoten die beiden AOW-gerechtigd zijn: € 2.087,00
  • Echtgenoten waar één van beiden AOW-gerechtigd is: € 2.082,00
  • Alleenstaande /alleenstaande ouder die niet AOW-gerechtigd is en niet samenwonend is met 1 of meer volwassenen: € 1.284,00
  • Alleenstaande /alleenstaande ouder die AOW-gerechtigd is en niet samenwonend is met 1 of meer volwassenen: € 1.532,00
  • Maximaal subsidiabele huur/hypotheekrente: € 879,66
  • Normhuur:
    • Eenpersoons- en meerpersoonshuishouden: € 226,57
    • Eenpersoons ouderen huishouden: € 224,83
    • Meer persoons ouderen huishouden: € 223,04
  • Normpremie ziektekostenpremie:
    • Bij alleenstaanden: € 42,00
    • Bij echtpaar: € 95,00