Historie

Waalre kent een jonge en een oude historie. Begin achtste eeuw duikt Waalre voor het eerst op in de geschreven Brabantse geschiedenis. Het huidige Waalre is van recentere datum. In 1923 werden de tot dan toe zelfstandige gemeenten Aalst en Waalre samengevoegd. De nieuwe gemeente telde destijds circa 2.300 inwoners. Dit aantal is tegenwoordig uitgegroeid naar ruim 17.071 inwoners.

De grond van de gemeente werd echter al vele eeuwen eerder bewoond. Zo vonden archeologen begin jaren zestig bij de aanleg van de rijksweg E-34 sporen van een rendiercultuur. Deze sporen wijzen er op, dat tijdens het koude klimaat van de laatste ijstijd (12.000 tot 9.000 jaren voor Chr.) rendierjagers daar hun tenten opsloegen. Willibrordus, een geloofsverkondiger maakt in 703 kennis met Aengilbald, een Frankische edelman. Aengilbald schenkt hem een groot stuk land in de buurt van Waderloo (Waalre). Dit gebied omvatte naast Waalre ook de latere gemeenten Valkenswaard en Aalst. In Waalre liet Willibrord een eenvoudig kerkje bouwen. Het oude kerkje bestaat vanaf de twaalfde eeuw en was oorspronkelijk een houten kerkje. Het kerkje werd vervangen door een romaans bedehuis. Weer later werd het uitgebreid met een hogere gotische aanbouw met een toren in typisch kempische gotiek. Deze kerk werd in de jaren 1941-1942 grondig gerestaureerd. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de kerk de bestemming van provinciaal herdenkings­monument voor Brabantse gesneuvelden. Het staat bekend als het Oude Willibrorduskerkje.

Voor de samenvoeging hadden Aalst en Waalre ieder een eigen karakter. Aalst was een duidelijk voorbeeld van lintbebouwing. De huizen lagen voornamelijk centraal langs de weg Eindhoven-Valkenswaard. Waalre-dorp had toen al een dorpscentrum met duidelijke hoofdwegen die ook nu nog samenkomen op de Markt. Het inwonersaantal steeg enorm in de jaren twintig. De echte uitbouw tot forensen- en villadorp kwam pas na de Tweede Wereldoorlog. Toen werd deze ‘Groenfontein’ ontdekt als schilderachtige woonplaats.